BINNENKLIMAAT 


 

Binnenklimaat en de relatie met welbehagen

 

Het binnenklimaat in werkplaatsen en kantoren heeft een grote invloed op het welzijn van medewerkers op de arbeidsplaats. Slechte condities zullen aanleiding geven tot gezondheidsklachten en kunnen leiden tot een verhoogd verzuim bij uw medewerkers.

 

Lichte afwijkingen (zowel naar maximale als naar minimale klimaatparameters) zorgen er al voor dat de arbeid in die omstandigheden niet meer comfortabel is. Dit betekent niet dat er bij de medewerker abnormale verschijnselen gaan optreden.

 

Klimaat is een combinatie van diverse factoren.

Belangrijke onderdelen ervan zijn de temperatuur, de luchtvochtigheid en de luchtsnelheid.

 

Voor de temperatuur  wordt een onderscheid gemaakt tussen:

■ de droge temperatuur en deze wordt gemeten met een gewone thermometer;

■ de natte temperatuur: dit is de temperatuur bij verzadiging met waterdamp; gemeten met een natte bolthermometer en gebruikt om de luchtvochtigheid te bepalen;

■ de stralingstemperatuur: geeft het effect van de warmtestraling vanuit de omgeving en wordt gemeten met de zwarte bolthermometer.

 

De luchtvochtigheid wordt meestal uitgedrukt in% en is de zogenaamde relatieve vochtigheid RH. Als RH = 100%, dan is de lucht volledig verzadigd met waterdamp. Als RH = 0%, dan is de lucht volledig droog. In de zomer betekent een zelfde RH een hoger vochtgehalte dan in de winter, aangezien de hoeveelheid waterdamp die lucht kan opnemen, stijgt met de temperatuur (17,3 g bij 20° C, 51,2 g bij 40° C).

 

Uit de droge en de natte temperatuur kan de relatieve vochtigheid afgeleid worden.

Tenzij dwingende technologische redenen worden schikkingen getroffen om een relatieve vochtigheid van 4° tot 70% te verzekeren of althans deze grenscijfers te benaderen voor zover de weersomstandigheden zulks mogelijk maken.

 

De luchtsnelheid, uitgedrukt in meter/sec, beïnvloed het comfort en moet onder controle gehouden worden.

Artikel 58 van het ARAB (algemeen reglement op de arbeidsbescherming) stelt een beperking voor de maximale luchtsnelheid op 0,5 m/s bij kunstmatige luchtverversing, tenzij een hogere snelheid nodig is om een specifieke arbeidshinder te bestrijden (denk aan schadelijke stoffen).

 

Het gevoel van tocht is gedeeltelijk objectief maar ook subjectief. Dit betekent dat verschillende personen dezelfde omstandigheden verschillend gaan aanvoelen. Objectief wordt het tochtgevoel beïnvloed door 2 parameters, de luchtverplaatsing en het temperatuurverschil tussen de lucht die bij de persoon aanwezig is en de lucht die de persoon bereikt bv. door airco of verluchting, dit temperatuurverschil zou niet groter mogen zijn dan 5°C.

De zon kan ook in onze streken al eens flink haar best doen. De temperaturen op de verschillende arbeidsplaatsen kunnen dan al eens hoog oplopen.
Maar hoe hoog mogen de temperaturen eigenlijk worden? Welke zijn de maatregelen die een werkgever moet nemen bij hoge temperaturen?

Thermische belasting
Werken bij warm weer vraagt van het menselijk lichaam een extra inspanning. Het lichaam geeft altijd warmte af naar de omgeving. De hoeveelheid warmte die moet worden afgevoerd hangt af van de intensiteit van de arbeid. Bevindt men zich in de nabijheid van een warmte-uitstralende bron (bv een warme ovenplaat), en gaat het daarenboven nog over een arbeid in een vochtige omgeving dan moet het lichaam harder werken om zijn warmte kwijt te raken omdat het lichaam bij hoge luchtvochtigheid minder warmte kan verliezen door transpiratie. Wanneer echter de lucht circuleert (natuurlijke ventilatie of geforceerde ventilatie) en als ze kouder is dan het lichaam, dan verloopt de afvoer van de lichaamswarmte naar de omgeving gemakkelijker.

Zijn er behalve de hitte nog andere belastende factoren, zoals intensieve fysieke arbeid, vloeistofverlies, vermoeidheid of ziekte, dan kan dit leiden tot hitteziektes, arbeidsongeschiktheid of zelfs de dood.

Iedereen kan last hebben van thermische belasting, zelfs jonge mensen en personen met een goede fysieke conditie. Thermische belasting is doorgaans meer zorgwekkend in het begin van de zomer, wanneer men nog niet gewend is aan de warmte.

Acclimatisatie?
Het vermogen van het lichaam om koel te blijven, hangt af van de arbeidsduur en de warmte. Wie niet gewend is in de hitte te werken, moet één of twee weken de tijd nemen om te acclimatiseren of zich aan te passen aan de warmte.

Bij gezondheidsproblemen of een minder goede fysieke conditie kan de acclimatisatie meer tijd vergen.

De WBGT-index
Het volstaat natuurlijk niet te zeggen dat je het te warm hebt om te stoppen met werken. Naast de minimumtemperaturen die op het werk moeten worden nageleefd, zijn er ook wettelijke maximumtemperaturen. Worden die overschreden, dan moeten er maatregelen worden genomen.

In gesloten en permanent gebruikte ruimten bijvoorbeeld gelden de volgende vastgelegde maximumtemperaturen:
-licht werk (vb. kantoorwerk, huishoudelijk werk): maximum 30°C;
-halfzwaar werk (vb. schilderen, schrijnwerk, schoonmaak,…) maximum 26,7°C;
-zwaar werk vb metselen, lassen, smeedwerk,…) maximum 25°C.

Een meting van de temperatuur is dus nodig. Maar naast de temperatuur speelt ook de vochtigheid een rol. Zo wordt een droge warmte doorgaans beter verdragen dan een vochtige warmte. De wetgeving bepaalt dat het meten van de maximumtemperaturen moet gebeuren met de WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature). Een klassieke thermometer volstaat niet. De temperatuur die wordt gemeten met een nattebolthermometer zal vaak lager zijn dan de gewone, in Celsius gemeten temperatuur, tenzij de vochtigheidsgraad 100% is. De bovenvermelde temperaturen zijn daarom temperaturen volgens de WBGT-index.

Rol van uw arbeidsgeneesheer
De arbeidsgeneesheer bepaalt welke maatregelen moeten genomen worden om een juiste acclimatisatie van de werknemers aan de warmte te verzekeren. Hij/zij dient voorafgaand advies te geven aangaande de keuze en het gebruik van de collectieve of persoonlijke beschermingsmiddelen. Hetzelfde geldt voor het toepassen van het systeem met de rusttijden.

Moederschapsbescherming
Het is verboden zwangere werkneemsters bloot te stellen aan omgevingswarmte boven 30°C. Blootstelling aan lagere temperaturen dient geëvalueerd te worden naar gezondheidsrisico’s door de werkgever in samenwerking met de arbeidsgeneesheer en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.

Welke maatregelen kunnen wij nemen bij werken in warme omstandigheden?
De bedoeling is niet alleen om elk risico voor de gezondheid te elimineren maar ook om zoveel mogelijk comfortabele arbeidsomstandigheden te benaderen.

• de warmte aan de bron beperken met behulp van isolerende en reflecterende schermen (de wanden van ovens isoleren);
• de warme lucht en de dampen afkomstig van specifieke operaties afvoeren;
• de temperatuur en de vochtigheid beperken door middel van klimaatregeling;
• rustlokalen met klimaatregeling ter beschikking stellen;
• de luchtcirculatie bevorderen (ventilatoren);
• de fysieke eisen van het werk zoveel mogelijk beperken via mechanische middelen (takels, heftafels, heftrucks,...).

Daarenboven zijn er administratieve middelen zoals:
• de frequentie en de duur van de rustpauzes verhogen;
• de arbeidstaken en activiteiten waarbij warmte vrijkomt plannen in de meer frisse periodes van de werkdag;
• water en frisdranken ter beschikking stellen van de werknemers en hen eraan herinneren dat het belangrijk is voldoende en regelmatig te drinken;
• de werknemers erop wijzen dat hun voeding voldoende zout moet bevatten, in het bijzonder wanneer ze acclimatiseren aan een "warme arbeidstaak" (werknemers die een zoutarm dieet volgen moeten hun huisarts raadplegen);
• zorgen voor extra werknemers of het arbeidstempo verlagen;
• erop letten dat alle werknemers voldoende geacclimatiseerd zijn;
• de werknemers opleiden zodat zij de tekens en symptomen van thermische belasting herkennen en een collectief systeem opzetten, want ze kunnen waarschijnlijk niet zelf hun eigen symptomen herkennen;
• ervoor zorgen dat zwangere werkneemsters en werknemers die lijden aan een pathologische toestand, bij werk in een warme omgeving hun arts raadplegen.

Persoonlijke bescherming: kleding en uitrusting
De werknemers moeten lichte zomerkleding dragen die een vrije luchtcirculatie en de verdamping van zweet mogelijk maken.
Echter moet erop gelet worden dat de kledij nog voldoende bescherming biedt voor het uit te voeren werk (rekening houdend met chemische en mechanische risico’s).

Kleren die de verdamping van zweet belemmeren, zoals zuurwerende pakken, verhogen sterk de thermische belasting voor het lichaam. Bijkomende maatregelen zijn dan raadzaam.

Ten slotte moet ook het Sick Building Syndrome vermeld worden.

Het gaat om:

"een of meerdere niet-specifieke symptomen die zich kunnen uiten ter hoogte van de huid, de slijmvliezen, de luchtwegen en/of het centraal zenuwstelsel.

Wat een gebouw betreft, kunnen bij personen symptomen met zeer uiteenlopende anthologieën aangetroffen worden. Deze symptomen verschijnen snel wanneer de personen in het gebouw aanwezig zijn en vervagen of verdwijnen zelfs helemaal vanaf het moment dat men het gebouw verlaat, 's avonds, gedurende het weekend of gedurende vakantieperiodes. De symptomen zijn dus ontegensprekelijk verbonden met het verblijf in de lokalen van het gebouw"».

Het begrip overstijgt duidelijk het klimaat in de zin van temperatuur, luchtverversing en luchtvochtigheid. Hoewel deze factoren uiteraard meespelen, worden er ook verbanden gelegd met vervuiling van de lucht, lawaai, verlichting, organisatorische en psychosociale aspecten. Dit betekent dat zich in sommige gevallen een uitgebreid onderzoek kan opdringen om de juiste oorzaak van de dikwijls vage klachten te achterhalen.