Contact tracing in bedrijven en collectiviteiten
Je bent hier:

Contact tracing in bedrijven en collectiviteiten

Laatst gewijzigd op: 18/09/2020

Deel dit artikel:

Co-Prev, de vereniging van Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk (EDPB), heeft een draaiboek opgesteld ten behoeve van contact tracing in bedrijven en collectiviteiten.

In de contactopsporing bij werknemers maakt men een onderscheid tussen zorg-collectiviteiten en niet-zorg-collectiviteiten. De personen die in zorg-collectiviteiten wonen of verzorgd worden, behoren vaak tot de risicogroep voor een ernstig verloop van een covid-19 infectie.

Een collectiviteit is een groep die dusdanig groot is, dat niet alle leden interactie met elkaar hebben, maar waarbij nog wel sprake is van gedeelde waarden, doelen en samenhorigheid. Een bedrijf is in die zin eveneens een collectiviteit.

Dit document kan je raadplegen op https://co-prev.be/nl/covid-19-informatie/.

Waarom een contactonderzoek?

Als contactpersonen snel opgespoord worden, kunnen ze geïnformeerd worden over het feit dat ze in contact zijn geweest met een drager van het virus en kunnen de nodige maatregelen worden geadviseerd.

Wat is een contactpersoon?

De contactpersoon is de persoon die contact heeft gehad met een COVID-19 patiënt.

Hoe wordt bepaald wie “een contactpersoon” is?

  • Een persoon met een positieve Covid test zonder symptomen.

Een contactpersoon is iemand die contact heeft gehad met deze persoon binnen een tijdspanne van 2 dagen voordat het staal werd genomen. Bij de inschatting van het risico wordt voorlopig geen rekening gehouden met het al dan niet dragen van een mondmasker in textiel. Dus zelfs als je een stoffen masker droeg op het moment van het contact wordt je als contactpersoon beschouwd.

  • Een persoon met een positieve Covid test met symptomen.

Een contactpersoon is een persoon die in contact geweest is met een bevestigde Covid-19 infectie in de periode vanaf 2 dagen vóór het optreden van de eerste symptomen.

Contactopsporing in bedrijven/collectiviteiten.

Voor de praktische organisatie van contactopsporing bij werknemers maken we onderscheid tussen zorg-collectiviteiten en niet-zorg- collectiviteiten.

Niet-zorg-collectiviteiten:

  • Bedrijven
  • Onderwijsinstellingen
  • Kinderdagverblijven
  • Asielcentra
  • Centra voor daklozen
  • Gevangenissen
  • Openbare jeugdinstellingen

Zorg-collectiviteiten:

  • Ziekenhuizen
  • Woonzorgcentra
  • Instellingen voor personen met een beperking
  • Psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT)

7 stappen

Stap 1: contactname door call center - Bij vaststelling van een of meer positieve gevallen in een bedrijf/ collectiviteit zal het call center de medisch verantwoordelijke van een collectiviteit en/of de externe dienst van een bedrijf of uitzonderlijk de werkgever verwittigen. De werkgever brengt in dit laatste geval steeds de afdeling medisch toezicht van de externe/interne dienst op de hoogte.

Stap 2: identificatie index case

Stap 3: risicoanalyse - De preventieadviseur-arbeidsarts coördineert het identificeren, triëren en opvolgen van contacten onder de werknemers. Er wordt contact genomen met (de directie van) de instelling/bedrijf. Er wordt een eerste risicoanalyse op organisatieniveau gedaan.

Stap 4: identificatie en triage van contacten – Samen met de patiënt stelt men een lijst op van de contacten met collega’s en andere personen vanaf 2 dagen voor het stellen van diagnose of het uitvoeren van de test.

Stap 5: contactname met contacten (collega’s, zelfstandigen, vrijwilligers…)

Stap 6: maatregelen voor contacten – De maatregelen zijn afhankelijk van het soort contact t.t.z. een hoog of een laag risico contact. Het verschil kan je nalezen in het Coprev document.

Stap 7: werkhervatting – Hier wordt er een verschil gemaakt tussen niet-zorgcollectiviteiten/bedrijven & zorgcollectiviteiten/bedrijven. Tussen asymptomatisch nauwe contacten & symptomatisch nauwe contacten.

 

Met uw vragen kan je terecht op 016 308 111 of op info@premed.be