Jaarlijks actieplan 2018
Je bent hier:

Jaarlijks actieplan 2018

Deel dit artikel:

Ten laatste op 31 oktober 2017 moet je het jaarlijks actieplan voor 2018 ter advies over te maken aan het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, de vakbondsafvaardiging of de werknemers zelf. 

Elke werkgever is verplicht zijn preventiebeleid structureel en systematisch aan te pakken. Hiervoor moet hij een dynamisch risicobeheersingssysteem (DRBS) uitwerken en invoeren. Het geeft de manier aan waarop de planning van de preventie en de uitvoering van het welzijnsbeleid kunnen gebeuren.

Het DRBS bestaat uit 4 elementen: 

  1. de uitwerking van het beleid: de werkgever bepaalt de doelstellingen en de middelen om deze doelstellingen te bereiken;
  2. de programmatie van het beleid: de werkgever bepaalt de methodes, opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen;
  3. de uitvoering van het beleid: de werkgever bepaalt o.a. de verantwoordelijkheden van alle betrokken personen;
  4. de evaluatie van het beleid aan de hand van door de werkgever bepaalde criteria.

Het dynamisch risicobeheersingssysteem heeft betrekking op het “welzijn”. Dit concept omvat: 

  • arbeidsveiligheid, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft arbeidsongevallen te voorkomen. Daarbij gaat het om de veiligheid van de arbeid wat de interacties tussen de technische installatie en de werknemer impliceert.
  • bescherming van de gezondheid van de werknemer op het werk. Deze notie slaat op wat traditioneel de arbeidsgeneeskunde wordt genoemd, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft beroepsziekten te voorkomen. Daarbij staat vooral de persoon van de werknemer centraal in zijn verhouding tot zijn werkomgeving. Het begrip arbeidsgeneeskunde werd echter niet overgenomen in de wet om beter de nadruk te leggen op de preventieve maatregelen die verder gaan dan het individu.
  • psycho-sociale belasting veroorzaakt door het werk. Hier wordt de nadruk gelegd op de psychische component van de gezondheid van de werknemer, die echter beïnvloed wordt door zijn werkomgeving en dus ook een specifieke benadering vergt vanuit sociologische en psychologische disciplines.
  • ergonomie, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft het werk aan te passen aan de mens.
  • arbeidshygiëne, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft schadelijke invloeden te weren die verbonden zijn aan de aard van het bedrijf.
  • verfraaiing van de werkplaatsen. Deze notie sluit onmiddellijk aan bij de arbeidshygiëne.
  • De maatregelen van de onderneming inzake leefmilieu, wat betreft hun invloed op de hierboven vermelde punten. Het gaat hier om de interactie tussen het leefmilieu en de hierboven vermelde arbeidsomstandigheden.

Preventiemaatregelen

Deze preventiemaatregelen worden vastgesteld in de volgende volgorde: 

  1. In de eerste plaats moeten preventiemaatregelen genomen worden die tot doel hebben risico’s te voorkomen o.a. door gevaren uit te sluiten. Het gaat hier om maatregelen die in de vakliteratuur omschreven worden als maatregelen van primaire preventie. Een voorbeeld hiervan is de vervanging van een stof (bv. asbest) of een machine door een stof of machine die niet gevaarlijk is. Doordat men inwerkt op het gevaar als dusdanig, nl. de intrinsieke eigenschap van de stof of machine wordt het risico vanaf de oorsprong volledig uitgeschakeld. Die preventiemaatregelen kunnen ook bestaan in verbodsbepalingen op de aanwending van een technologie met gevaarlijke eigenschappen. Op die verbodsbepalingen dient beroep te worden gedaan indien men er niet in slaagt afdoende verandering te brengen in de risicofactoren om het risico op een aanvaardbaar niveau te beheersen of te controleren;
  2. Op de tweede plaats komen de preventiemaatregelen die tot doel hebben de schade te voorkomen. Het gaat hier om maatregelen die in de vakliteratuur worden omschreven als maatregelen van secundaire preventie. Wanneer men moet werken op grote hoogte is het risico op zich niet steeds vooraf uit te sluiten, maar de schade kan wel voorkomen worden door bijvoorbeeld collectieve beschermingsmiddelen, zoals leuningen of vangnetten te gebruiken.
  3. Op de derde plaats komen de preventiemaatregelen die tot doel hebben de schade te beperken. Het gaat hier om die maatregelen die de vakliteratuur beschouwt als maatregelen van tertiaire preventie. Er kan hier bijvoorbeeld gedacht worden aan noodplannen en maatregelen die betrekking hebben op de eerste hulp bij ongevallen.

Globaal Preventie Plan = GPP

Het globaal preventieplan is het concrete document waarin het geheel van activiteiten in het kader van het dynamisch risicobeheersingssysteem gecentraliseerd wordt.

Het globaal preventieplan stelt het programma vast van de te ontwikkelen en toe te passen preventieactiviteiten. Het wordt opgesteld door de werkgever in overleg met de leden van de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

Het globaal preventieplan wordt in principe opgesteld voor de duur van vijf jaar.

Jaarlijks Actie Plan = JAP

Naast de planning op langere termijn, moet ook duidelijk omschreven worden welk resultaat men jaarlijks wil bereiken. Dit wordt gerealiseerd via het jaarlijks actieplan.