Gezondheid & welzijn

Er bestaat geen vast aantal EHBO’ers voor alle bedrijven, maar het hangt af van de omvang en risico’s van de onderneming. De werkgever moet via de risicoanalyse bepalen hoeveel eerstehulpverleners nodig zijn. Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) of, bij gebrek daaraan, de werknemersvertegenwoordiging moet hierbij worden geraadpleegd. De arbeidsinspectie kan controleren of dit voldoende is. 

De werkgever speelt een belangrijke rol bij arbeidsongevallen en arbeidsongeschiktheid. Hij moet zorgen voor een veilige werkomgeving, risico’s voorkomen en werknemers informeren over veiligheidsregels. Bij een ongeval is hij verplicht dit te melden en de nodige medische en administratieve stappen te ondersteunen. Daarnaast biedt hij begeleiding bij re-integratie.

Na de aanvraag nodigt Premed de werknemer uit voor een medisch onderzoek. De arbeidsarts beoordeelt definitieve ongeschiktheid. De procedure moet binnen drie maanden worden afgerond en respecteert de stappen van registratie en overleg. 

Werkgevers kunnen gezonde voeding voorzien, bewegingsmogelijkheden aanbieden (zoals zit-stawerkplekken of sportactiviteiten) en informatiesessies over gezondheid plannen. Het beleid dient gezondheid te integreren in het welzijnsplan. 

Nee, medicatie hoort in principe niet thuis in een EHBO-koffer. Dit is een belangrijke richtlijn binnen de Belgische wetgeving en goede EHBO-praktijken. 

EHBO-hulpverleners zijn niet bevoegd om medicatie toe te dienen. Zelfs een ogenschijnlijk onschuldige pijnstiller kan ernstige reacties veroorzaken bij sommige personen.

De werknemer is wettelijk verplicht mee te werken aan de bepaling van het arbeidspotentieel. Als de werknemer niet reageert op onze eerste uitnodiging, sturen wij herinneringen. Indien wij uiteindelijk geen input krijgen, kunnen wij het arbeidspotentieel niet inschatten. Dit wordt in het dossier genoteerd en doorgegeven aan de adviserend arts (mutualiteit/RIZIV) ter verdere opvolging.

Je hebt een rijgeschiktheidsattest nodig als je beroepsmatig bepaalde voertuigen bestuurt waarvoor een medisch rijgeschiktheidsonderzoek wettelijk vereist is. 

Dit geldt vooral voor bestuurders met een rijbewijs categorie C, C+E, D of D+E (zoals vracht‑ en buschauffeurs) en voor houders van een categorie B‑rijbewijs die dit gebruiken voor beroepsactiviteiten zoals taxidiensten, rijschoollessen, verhuurdiensten met chauffeur, bezoldigd leerlingenvervoer of ambulancevervoer. Het attest is bedoeld om te bevestigen dat de bestuurder medisch geschikt is om dergelijke voertuigen veilig te besturen.

Nee, hier is een belangrijk onderscheid. Voor gewone ziekte start de inschatting van het arbeidspotentieel na 8 weken. Is de arbeidsongeschiktheid het gevolg van een arbeidsongeval of beroepsziekte? Dan kan het arbeidspotentieel pas beoordeeld worden zodra de letsels 'geconsolideerd' (blijvend/stabiel) zijn, en dus niet automatisch na 8 weken.

Gezonde werknemers voelen zich beter, presteren beter en dragen bij aan een positieve werksfeer. Premed stimuleert gezondheid op het werk en thuis door werknemers tips te geven voor een gezondere levensstijl en workshops te organiseren. 

Een re-integratietraject helpt een werknemer na langdurige ziekte terug aan het werk. Het moet zorgvuldig worden voorbereid omdat de oorzaken van de afwezigheid divers zijn. 

Een beroepsziekte ontstaat wanneer werknemers langdurig worden blootgesteld aan schadelijke stoffen of andere risico’s op het werk. Premed benadrukt dat het van cruciaal belang is om deze gevaren vroegtijdig te identificeren en te beheersen, aangezien dergelijke blootstellingen tot ziekte en uiteindelijk arbeidsongeschiktheid kunnen leiden. 

De procedure medische overmacht laat een werkgever of werknemer toe om een arbeidsovereenkomst te beëindigen wanneer een werknemer definitief ongeschikt blijkt om zijn werk uit te voeren om medische redenen. 

Het materiaal moet zijn afgestemd op de activiteiten van het bedrijf. Voorbeelden zijn pleisters, steriele kompressen, ontsmettingsmiddelen, verbanden, schaar, handschoenen en hulpmiddelen voor reanimatie. 

Controleer de inhoud regelmatig en noteer incidenten in een EHBO-register. 

Een reisapotheek bevat uw persoonlijke medicatie (met medisch attest), ontsmettingsmiddelen, steriele kompressen, verbanden, thermometer, pijn- en koortsremmers, middelen tegen diarree en reisziekte, zalf tegen insectenbeten, zonnecrème en antihistaminica. 

Dan kan werkhervatting vaak toch mogelijk zijn via een gedeeltelijke opstart, een tijdelijk aangepast uurrooster of andere taken. Door de belasting op te bouwen in haalbare stappen, vergroot je de kans op een duurzame terugkeer.

Na het volgen van een basisopleiding, moet de hulpverlener jaarlijks een bijscholing van 4 uur volgen. Indien de hulpverlener deze bijscholing mist, dan moet hij een andere bijscholingssessie volgen binnen de 12 maanden volgend op de oorspronkelijk voorziene bijscholing.

Indien de hulpverlener 2 maal deze bijscholing mist, moet er opnieuw een basisopleiding gevolgd worden. Zo niet wordt hij geacht niet langer over de nodige kennis en vaardigheden inzake eerstehulpverlening te beschikken

Arbeidspotentieel verwijst naar de mate waarin iemand in staat is om arbeid te verrichten — zowel fysiek als mentaal — binnen een bepaalde context, zoals een job of werkomgeving. Het is een inschatting van wat een persoon kan doen, los van wat hij of zij op dat moment doet.

Het is een belangrijke pijler van het federale re-integratiebeleid.

De inschatting van het arbeidspotentieel is een verplichte "voorfase" of screening na 8 weken ziekte. Hierbij wordt via een vragenlijst laagdrempelig gekeken of er überhaupt mogelijkheden zijn. Het Re-integratietraject (RIT) is het effectieve vervolg met een medisch onderzoek en een re-integratieplan. Belangrijk: Vanaf 2026 mag u als werkgever niet zomaar een RIT starten als er niet eerst een positief arbeidspotentieel is vastgesteld (tenzij de werknemer zelf spontaan akkoord gaat).

Een medisch onderzoek bij de arbeidsarts heeft als doel het welzijn en de gezondheid van werknemers te beschermen in relatie tot hun werk. Doelstellingen van het medisch onderzoek zijn;

  • Nagaan of een werknemer fysiek en mentaal geschikt is om bepaalde taken uit te voeren, vooral bij risicovolle functies zoals veiligheidsfuncties of functies met verhoogde waakzaamheid.
  • Vroegtijdig opsporen van beroepsziekten of werkgerelateerde aandoeningen.
  • Advies en begeleiding.

 

De werkgever heeft een belangrijke verantwoordelijkheid rond veiligheid en welzijn op het werk.
Hij moet zorgen voor een veilige werkomgeving door risico’s in kaart te brengen en passende maatregelen te nemen om deze te beperken. Wanneer er toch een arbeidsongeval gebeurt, is de werkgever verplicht dit correct te melden bij de verzekeraar.

Daarnaast volgt de werkgever het ziekteverzuim van zijn werknemers op. Bij langdurige arbeidsongeschiktheid speelt hij ook een rol in de begeleiding van de werknemer, onder meer door te bekijken welke mogelijkheden er zijn voor een re-integratie op de werkvloer.

Werkgevers moeten inspanningen leveren om aangepast of ander werk te voorzien. Werknemers zijn verplicht om actief mee te werken en voorstellen serieus te overwegen. 

De procedure medische overmacht is de enige juridisch geldige manier om tot een ontslag om medische redenen te komen. Na minimaal zes maanden doorlopende ongeschiktheid kan door de aangestelde arbeidsarts de definitieve ongeschiktheid van de werknemer vastgesteld worden. Medisch ontslag is vervolgens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op basis van deze vastgestelde medische overmacht, wanneer uit de procedure blijkt dat de werknemer definitief ongeschikt is en er geen aangepast werk beschikbaar is.

De kernwetgeving over moederschapsbescherming in België bestaat uit de Arbeidswet (1971), de Arbeidsovereenkomstenwet (1978), het KB van 3 mei 1999 (Codex Welzijn op het Werk), en de RIZIV-regeling rond moederschapsrust. Deze zorgen samen voor bescherming van de gezondheid van moeder en kind, behoud van rechten tijdens zwangerschap en na de bevalling, en bescherming tegen ontslag.

Een EHBO-procedure begint met rustig blijven en de eigen veiligheid verzekeren, gevolgd door het verwittigen van de hulpdiensten, het geven van essentiële informatie (wie, waar, wat is er gebeurd en de toestand van het slachtoffer), het starten van de noodzakelijke hulp en eventueel evacuatie. Het stappenplan moet zichtbaar aanwezig zijn op de werkvloer. 

Elke werkgever maakt een risicoanalyse op om te beoordelen of het werk geschikt blijft tijdens de zwangerschap. Uit de risicoanalyse moet blijken of er op het werk elementen aanwezig zijn die nadelig kunnen zijn voor de gezondheid en veiligheid van de aanstaande moeder, de moeder die borstvoeding geeft of het kind.
Ook als er op dit moment geen vrouwelijke werknemers in dienst zijn, blijft deze analyse verplicht.

Zodra een werkneemster laat weten dat ze zwanger is of borstvoeding geeft, worden de gepaste maatregelen uit deze analyse toegepast.

Voor werkgevers geldt vanaf 1 januari 2026 een vast tijdpad met een melding na 4 weken en een screening na 8 weken arbeidsongeschiktheid. Volgt u dit niet op, dan stelt u zich bloot aan verschillende financiële risico’s:

  • Administratieve sancties (Direct risico):
    Indien uit de screening — of op een later moment — blijkt dat er een positief arbeidspotentieel is, bent u als werkgever verplicht om een re-integratietraject (RIT) te overwegen. Doet u dit niet en wordt er geen re-integratieplan opgesteld, dan riskeert u administratieve of strafrechtelijke geldboetes (sanctieniveau 2).
  • Nieuwe Solidariteitsbijdrage (Vervangt de oude responsabiliseringsbijdrage):
    De 'oude' responsabiliseringsbijdrage wordt afgeschaft, maar vervangen door een directer systeem. Bedrijven (>50 werknemers) met een bovenmaatse instroom in invaliditeit betalen vanaf 2026 een solidariteitsbijdrage (ca. 30% van de ziekte-uitkering). Een tijdige inschatting van het arbeidspotentieel is noodzakelijk om deze "boete" te vermijden.
  • Gemiste premies (Opportuniteitskost):
    Zonder een correcte procedure en screening kunt u geen aanspraak maken op de verhoogde werkhervattingspremie (€ 1.000 – € 3.000) bij tewerkstelling in aangepast of ander werk.

Een tijdige inschatting beschermt u dus niet alleen tegen boetes, maar vooral tegen de hoge kosten van langdurige invaliditeit.

Wie er al dan niet op onderzoek moet wordt bepaald door de verschillende taken die je tijdens het werk uitvoert.

De wetgeving legt vast voor Werknemers die een veiligheidsfunctie uitoefenen (zoals machine-operatoren), werken met gevaarlijke stoffen, of blootgesteld worden aan lawaai, straling, intense stress of ploegendiensten, zijn verplicht om op regelmatige basis een medisch onderzoek te laten uitvoeren.

Psychosociale risico's

Een doeltreffend afwezigheidsbeleid bevat duidelijke meldingsprocedures, houdt contact met zieke werknemers, detecteert risico’s vroeg en biedt passende ondersteuning. Het beleid moet samen met artsen en preventieadviseurs worden uitgewerkt. 

Premed ondersteunt door het opstellen van een psychosociaal beleid, het voeren van open gesprekken en het begeleiden van re-integratietrajecten. Ze bieden consultaties met een psychosociaal preventieadviseur, trainingen, mediatie en advies tijdens en na een burn-out. 

Vijf kernsymptomen zijn uitgeputheid, verlies van cognitieve controle, verlies van emotionele controle, depressieve klachten en een toenemende afstand tot het werk. 

Verzuim betekent dat een werknemer niet op het werk is. Dit kan kortdurend zijn (bijvoorbeeld door een verkoudheid) of langdurig (bijvoorbeeld bij een zware ziekte of burn-out). Soms is er sprake van onrechtmatig verzuim. 

Premed biedt zowel organisatorische als individuele ondersteuning: ze helpen een beleid ontwikkelen, voeren risicoanalyses uit, coachen leidinggevenden en werknemers, faciliteren re-integratietrajecten en adviseren over medische overmacht. 

De Bradfordfactor is een formule die gebruikt wordt om het effect van ziekteverzuim op de werkvloer te meten, met bijzondere aandacht voor frequent kortdurend verzuim. Het idee erachter is dat veel korte afwezigheden meer verstorend zijn voor een organisatie dan eenmalig langdurig verzuim.

De belangrijkste oorzaken van werkstress gerelateerd aan een disbalans tussen draagkracht (energiegevers) en draaglast (energienemers). Wanneer de draaglast te zwaar wordt in verhouding tot de draagkracht, ontstaat er overbelasting en stress.

Premed benadrukt dat stress geen persoonlijke tekortkoming is, maar vaak voortkomt uit een inefficiënte psychosociale werkomgeving.

 

Er kunnen zowel lichamelijke als psychische gevolgen zijn wanneer het lichaam langdurig onder spanning staat zonder voldoende herstel. Stress op zich is niet altijd problematisch, zolang er voldoende herstel volgt. Het gevaar ontstaat wanneer stress langdurig aanhoudt en het lichaam geen kans krijgt om te recupereren.

Arbeidshygiëne

Ventileer regelmatig door ramen te openen of mechanische systemen te gebruiken, houd de temperatuur stabiel om condensatie te vermijden, voer frequent luchtkwaliteitsmetingen uit en ga vocht en schimmelvorming tegen. Vermijd hinderlijke tocht door luchtstromen te beperken tot onder 0,16 m/s in de winter en 0,19 m/s in de zomer.

Een werkgever moet de risico’s van blootstelling aan kunstmatige optische straling (zoals uv-lampen, lasers, infraroodbronnen en lasbogen) systematisch opnemen in de risicoanalyse conform de Codex over het Welzijn op het Werk en nagaan of de blootstellingsgrenswaarden worden gerespecteerd volgens de richtlijnen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Indien er risico’s zijn, moet hij preventiemaatregelen nemen volgens de preventiehiërarchie. Daarnaast moet de werkgever werknemers informeren en opleiden over de gevaren, waarschuwingssignalisatie voorzien waar nodig en gezondheidstoezicht organiseren wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat dit vereist is.

Onder biologische agentia op de werkvloer verstaat men micro-organismen of hun toxische producten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van werknemers. Dit omvat bacteriën, virussen, schimmels, parasieten of toxines die aanwezig kunnen zijn in de lucht, op oppervlakken of in materialen waarmee werknemers in contact komen.

Voorbeelden zijn: salmonellabacteriën bij voedselverwerking, hepatitis B- of C-virussen in de gezondheidszorg, schimmels in vochtige gebouwen, of Legionella-bacteriën in koel- en sproei-installaties.

Werkgevers in België moeten voldoen aan de Codex over het Welzijn op het Werk, die strikte regels oplegt rond de identificatie, inventarisatie en beheersing van asbest op de werkvloer. Zij zijn verplicht een asbestinventaris op te maken en actueel te houden, preventiemaatregelen te nemen, werknemers te informeren en op te leiden, en indien nodig samen te werken met erkende asbestverwijderaars volgens de richtlijnen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Daarnaast moeten ze blootstelling zoveel mogelijk voorkomen of beperken, passende beschermingsmiddelen voorzien en gezondheidstoezicht organiseren voor werknemers die aan asbest kunnen worden blootgesteld.

Om te bepalen of u voldoet aan de Codex over het Welzijn op het Werk inzake chemische agentia, moet u nagaan of een schriftelijke en actuele risicoanalyse werd uitgevoerd waarin alle gevaarlijke stoffen en blootstellingsscenario’s zijn opgenomen. Daarnaast moet u controleren of passende preventiemaatregelen werden ingevoerd volgens de preventiehiërarchie (substitutie, technische maatregelen, collectieve bescherming, persoonlijke beschermingsmiddelen), en of etikettering en veiligheidsinformatiebladen conform de regelgeving beschikbaar en correct toegepast zijn. Ten slotte moet u kunnen aantonen dat werknemers geïnformeerd en opgeleid zijn en dat, waar vereist, gezondheidstoezicht wordt georganiseerd overeenkomstig de richtlijnen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Arbeidsveiligheid

Een onderzoek door de preventieadviseur is nodig om de oorzaken van een (ernstig) ongeval systematisch te analyseren, zodat herhaling kan worden voorkomen en de veiligheid op de werkvloer wordt verbeterd. Dit onderzoek moet onmiddellijk of zo snel mogelijk na het ongeval plaatsvinden, zodra de situatie veilig is en de eerste hulpverlening is afgerond, zodat getuigenissen vers zijn en het ongeval nauwkeurig kan worden gereconstrueerd.

Een arbeidsongeval is een ongeval dat zich tijdens of door het werk voordoet en schade veroorzaakt aan een werknemer. De werkgever moet dit tijdig melden aan de verzekeraar. 

Een brandpreventiedossier bevat het resultaat van de risicoanalyse, organisatie van de brandbestrijdingsdienst, interventieplannen, resultaten van evacuatieoefeningen, brandbeveiligingsmaatregelen, inspecties en afwijkingen.

Ergonomie

Ja. Elke onderneming met beeldschermwerkers moet minstens om de vijf jaar een risicoanalyse uitvoeren, waarbij fysieke en mentale belasting wordt geëvalueerd en passende maatregelen worden genomen. 

Langdurig zitten vertraagt de bloedcirculatie en kan leiden tot spataderen, gezwollen enkels en verminderde concentratie. Sta elke 30 minuten recht en wissel zitten af met staan; maak extra beweging door bijvoorbeeld te wandelen tijdens het telefoneren. 

Voor industriële werkplekken in België gelden duidelijke richtlijnen die zijn vastgelegd in de Codex over het welzijn op het werk. Deze richtlijnen zijn bedoeld om de veiligheid, gezondheid en het comfort van werknemers te garanderen.

Er zijn basiseisen rond veiligheid en functionaliteit, verlichting, ventilatie, temperatuur, werkhoogte en reikwijdte, bewegingsruimte en geluidsniveau.

Voor gedetailleerde informatie kun je terecht op de website van de FOD Werkgelegenheid.

Algemeen

Ja, in België moet elke werkgever verplicht aangesloten zijn bij een Extern Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (EDPBW) of een interne dienst voor preventie en bescherming als het bedrijf zelf de vereiste interne structuur heeft.

Het doel van een EDPBW is de werkgever bij te staan bij de uitvoering van de wettelijke verplichtingen inzake welzijn op het werk, zoals risicoanalyse, preventiemaatregelen, opleidingen en medische onderzoeken.

De taak van een EDPBW (Extern Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk) is om de werkgever te ondersteunen bij de wettelijke verplichtingen rond welzijn op het werk. Dit omvat onder andere:

  1. Risicoanalyse en preventieplan – helpen bij het identificeren van risico’s en het opstellen van het Globaal Preventieplan (GPP) en Jaaractieplan (JAP).
  2. Advies en begeleiding – adviseren over organisatorische, technische en individuele maatregelen om ongevallen en beroepsziekten te voorkomen.
  3. Medische opvolging en gezondheidstoezicht – organiseren van preventieve medische onderzoeken en rijgeschiktheidstesten indien nodig.
  4. Opleiding en informatie – werknemers en werkgever informeren en opleiden over veiligheid, gezondheid en welzijn.
  5. Onderzoeken – bij (ernstige) ongevallen, bijna-ongevallen of blootstellingsrisico’s ondersteuning bieden bij het onderzoek en rapportering.

Premed vult dit in door een volledig pakket aan te bieden dat zowel preventieve als medische diensten omvat. Ze verzorgen de medische onderzoeken, zoals rijgeschiktheidsattesten (RGA) en gezondheidstoezicht, en ondersteunen werkgevers bij risicoanalyses, preventieplanning, opleidingen en audits. Zo fungeert Premed als een geïntegreerde partner die zowel praktische als wettelijke verplichtingen helpt invullen.

De werkgever is verantwoordelijk voor zowel het Globaal Preventieplan (GPP) als het Jaaractieplan (JAP).

Het Globaal Preventieplan beschrijft het volledige beleid van de onderneming op het vlak van welzijn op het werk en bevat de risicoanalyse en strategische doelstellingen op langere termijn.

Het Jaaractieplan specificeert welke concrete maatregelen en acties binnen één jaar zullen worden uitgevoerd om de doelstellingen van het GPP te realiseren. De werkgever moet dit opstellen in overleg met de interne of externe preventieadviseur en de werknemersvertegenwoordigers, maar blijft uiteindelijk juridisch aansprakelijk voor de uitvoering.