Noodverlichting of veiligheidsverlichting? Of allebei?
Je bent hier:

Noodverlichting of veiligheidsverlichting? Of allebei?

Laatst gewijzigd op: 17/03/2017

Deel dit artikel:

Noodverlichting en veiligheidsverlichting… Als we hierover spreken denken we spontaan aan het type verlichting dat nodig is in ongewone situaties zoals stroomuitval, brand, etc. Beide termen worden kriskras door elkaar gebruikt, maar wat is nu precies wat?

 

Wetten versus normen

In het KB arbeidsplaatsen zijn onder de rubriek ‘basiseisen’ een aantal bepalingen opgenomen inzake verlichting op de werkplek. Daarin zijn eveneens voorschriften opgenomen waaraan de veiligheidsverlichting en noodverlichting moet voldoen. Er wordt in dit KB als volgt onderscheid gemaakt tussen beide types:

  • Veiligheidsverlichting: zorgt voor herkenning van evacuatiemiddelen en veilige evacuatie van personen bij uitval van de normale kunstverlichting
  • Noodverlichting: zorgt bij uitval van de normale kunstverlichting dat activiteiten kunnen verder gezet worden om gevaarlijke situaties te voorkomen

De geregistreerde norm NBN EN 1838:2013 Toegepaste verlichtingstechniek – Noodverlichting geeft een andere benadering. In deze norm wordt de term ‘noodverlichting’ gehanteerd als een overkoepelende term voor de verlichting die in werking treedt wanneer de voeding van de normale verlichting uitvalt. In de norm wordt een onderscheid gemaakt tussen 2 grote delen:

  • Veiligheidsverlichting (Emergency escape lighting): deel van de noodverlichting om de veiligheid van personen te garanderen bij evacuatie of bij het beëindigen van een gevaarlijke taak alvorens te evacueren.
  • Vervangingsverlichting (Standby lighting): deel van de noodverlichting bedoeld om de normale activiteit te kunnen verder zetten (eerder omwille van technische en/of economische motieven)

 

Onder de veiligheidsverlichting vinden we verder:

  • Evacuatieverlichting (Escape route lighting): zorgt ervoor dat personen veilig de vluchtweg kunnen gebruiken
  • Anti-paniek verlichting (Open area lighting): verlichting die ervoor zorgt dat personen een plaats kunnen bereiken waar een vluchtroute kan worden herkend zodat paniek wordt vermeden
  • Verlichting van arbeidsplaatsen met verhoogd risico (High risk task area lighting): verlichting met als doel gevaarlijke activiteiten met een gepaste afsluitprocedure te beëindigen

Een Nederlandstalige versie van de norm (1999) werd gepubliceerd in Nederland. Daarin worden in de Nederlandstalige tekst een aantal termen gebruikt die verschillen van de gangbare termen die in België worden gehanteerd. Een overzichtje:

NEN EN 1838 (nl)

Gebruikelijke synoniemen in België

Vluchtroute

Evacuatieweg

Nood-evacuatieverlichting

Veiligheidsverlichting

Vluchtrouteverlichting

Evacuatieverlichting

 

Toepassing veiligheidsverlichting

De norm NBN EN 1838 geeft eveneens de toepassingsmodaliteiten aan van de veiligheidsverlichting, evenals de eisen waaraan deze moet voldoen. Voor specifieke details verwijzen we naar de norm, maar hieronder geven we toch enkele belangrijke aandachtspunten mee.

Om voldoende zichtbaarheid te garanderen voor evacuatiedoeleinden is verlichting gewenst in de ruimte. Het is aanbevolen om de armaturen op minstens 2m boven de vloer te monteren. Veiligheidsverlichtingsarmaturen moeten worden geplaatst nabij elke uitgang en op plaatsen waar het nodig is de nadruk te leggen op mogelijk gevaar of de aanwezigheid van veiligheidsmateriaal. Meer specifiek zijn dit volgende locaties:

  • Bij elke uitgang bedoeld voor gebruik in geval van nood
  • Nabij trappen
  • Nabij andere niveauverschillen
  • Extern verlichte veiligheidssignalering
  • Bij richtingsverandering
  • Bij kruising van gangen
  • Aan de buitenkant van en in de nabijheid van elke uitgang naar buiten
  • Nabij de EHBO-post
  • Nabij onderdelen van branduitrusting en brandmelders
  • Nabij evacuatiehulpmiddelen voor mindervaliden
  • Nabij schuilplaats voor mindervaliden en noodtelefoon

Bij de plaatsing van de evacuatieverlichting is het belangrijk erop te letten dat een minimale verlichtingssterkte wordt gehaald en er geen hinderlijke verblinding ontstaat.

De zichtbaarheid van aangebrachte signalisatie is van groot belang in geval van evacuatie. Hierbij speelt de grootte een belangrijke rol, maar ook het feit of de signalisatie intern of extern verlicht wordt. De volgende formule wordt hierbij gehanteerd:

L = z x h

Waarbij:

  • L = kijkafstand
  • h = hoogte van de signalisatie
  • z = afstandsfactor (100 voor extern verlichte signalisatie, 200 voor intern verlichte)

Onderhoud en inspectie

Noodverlichtingsinstallaties dienen op geregelde tijdstippen te worden nagekeken en moeten onderhouden worden om de goede werking ervan te kunnen garanderen. De verantwoordelijkheid hiervan ligt bij de beheerder (eigenaar/bewoner) van het gebouw.

Zowel maandelijkse als uitgebreidere jaarlijkse inspecties zijn vereist. Hierbij worden o.a. functietests (gaat de lamp effectief aan bij uitval van de netspanning) en autonomietests uitgevoerd.

Het jaarlijks onderhoud wordt door de fabrikant bepaald, dus op dat vlak is het belangrijk na te gaan welke inspectie- en onderhoudswerkzaamheden door de fabrikant worden opgelegd.

Belangrijk bij het onderhoud en de inspectie is het bijhouden van de uitgevoerde controles in een logboek zodat het goed beheer van de installatie traceerbaar is. Zo’n logboek bevat minimaal volgende zaken:

  • datum en resultaat van elke periodieke inspectie en test
  • datum en korte omschrijving van elk (periodiek) onderhoud
  • datum en korte omschrijving van elk vastgesteld defect en de herstelling ervan
  • datum en korte omschrijving van elke wijziging aan het systeem

 

Voor meer informatie, neem gerust contact op met Premed via info@premed.be. Wij helpen u graag verder.